Regeling Urinecontrole penitentiaire inrichtingen чл. 2Algemeen
1 Het anders dan door de inrichtingsarts voorgeschreven gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen is tijdens de detentie niet toegestaan.
2 Het gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen vormt een contra-indicatie voor een plaatsing of overplaatsing in het kader van de detentiefasering en de toekenning van verlof of strafonderbreking.
3 Gedurende de eerste twee weken van het verblijf in de inrichting wordt de gedetineerde geïnformeerd over de wijze waarop de inrichting uitvoering geeft aan het drugsontmoedigingsbeleid.