Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspens чл. 35Vaststelling betrouwbaarheid
Hoofdstuk 7 Geschiktheid, betrouwbaarheid en tijdsbeslag Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 106, negende lid , en 106a van de Pensioenwet en de artikelen 110c, negende lid , en 110ca van de Wet verplichte beroepspensioenregeling
De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 31 , in aanmerking:
a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval; b. de belangen die de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling beogen te beschermen; en c. de overige belangen van het fonds en de betrokkene.