Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES чл. 2
Hoofdstuk 2 Bewapening en overige uitrusting
1 De bewapening van de ambtenaar bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit: a. een korte wapenstok; b. pepperspray en nazorgmiddelen; c. een pistool of een revolver met de daarbij behorende munitie.
2 De korpsbeheerder kan ambtenaren van politie aanwijzen die van het dragen van een in het eerste lid genoemd wapen zijn vrijgesteld.
3 De korpsbeheerder kan bepalen dat de ambtenaar die belast is met surveillance en beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 25, eerste lid , mede wordt uitgerust met een politiesurveillancehond, een elektrische wapenstok en een lange wapenstok.
4 De overige uitrusting van de ambtenaar bestaat uit: a. handboeien; b. een koppel.
5 De korpsbeheerder kan de ambtenaar mede uitrusten met een veiligheidsvest of tie-raps.