Regeling eenmalige uitkering planstudies en proefprojecten I чл. 9
1 Het totale bedrag van de te verlenen uitkeringen op grond van artikel 2, eerste lid , bedraagt €1.000.000,-.
2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, bedoeld in artikel 3, eerste lid .
3 Het totale bedrag van de op grond van artikel 2, tweede lid , te verlenen uitkeringen bedraagt € 5.000.000,–.
4 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het derde lid, over de aanvragen, bedoeld in artikel 3, tweede lid , in de volgorde van de hoogte in de rangschikking van de bij de aanvragen behorende projectvoorstellen als bedoeld in artikel 5, tweede lid .