Regeling technische voorschriften voor lieren, sleepauto’s e чл. 4Kapinrichting
Hoofdstuk 2 Lieren
1 De kapinrichting is zodanig uitgevoerd dat in ieder geval: a. de kabel onder alle omstandigheden snel geheel kan worden doorgesneden; b. de kabel na het doorsnijden niet verward of geklemd kan raken tussen delen van de lier; c. het bedieningspersoneel geen gevaar loopt tijdens het doorsnijden van de kabel.
2 De lierman moet vanaf zijn standplaats onmiddellijk en duidelijk kunnen waarnemen of de kapinrichting al dan niet geblokkeerd is.
3 De in rust zijnde, gespannen kabel bevindt zich altijd op een afstand van ten minste 5 mm ten opzichte van enig deel van de kapinrichting.
4 De lierman kan de kapinrichting vanaf zijn standplaats gemakkelijk en snel in werking stellen door middel van een daartoe op de bedieningshefboom uit te oefenen kracht van maximaal 150 N.
5 De slag van de bedieningshefboom bedraagt ten hoogste 30 cm.
6 De veiligheidsfactor tegen blijvende vervorming, die bij de sterkteberekening van de bedieningsinrichting verplicht gebruikt is, bedraagt 6.