Onderlinge regeling Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederlan чл. 3Vereisten verzoekschrift en gronden voor afwijzing
1 Het verzoekschrift wordt door aanvrager ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en de adresgegevens van de inrichting waar verzoeker verblijft; b. de dagtekening; c. de aanduiding van het onherroepelijke vonnis of arrest, waarbij verzoeker is veroordeeld; d. de in artikel 2, eerste lid , bedoelde overwegingen op grond waarvan de overdracht wordt aangezocht; e. het land waar tenuitvoerlegging wordt aangezocht; f. documentatie waaruit blijkt dat verzoeker zijn hoofdverblijf heeft in het aangezochte land.
2 Het verzoekschrift wordt afgewezen indien: a. het verzoekschrift kennelijk ongegrond is; b. het verzoekschrift niet aan de in artikel 3, eerste lid , genoemde vereisten voldoet; c. het vonnis nog niet onherroepelijk is; d. de resterende detentietijd minder dan zes maanden bedraagt op het moment van het indienen van het verzoekschrift; e. het door verzoeker aangevoerde resocialisatiebelang in redelijkheid niet gediend kan zijn bij de aangezochte overdracht van de tenuitvoerlegging; f. strafvorderlijke belangen zich tegen overdracht verzetten; g. gronden ontleend aan het algemeen belang overdracht niet toelaten; h. voor zover Nederland het aangezochte land is; indien verzoeker niet kan aantonen dat voor een periode van drie jaar of langer sprake is geweest van een hoofdverblijf in Nederland.
3 Het verzoek wordt tevens afgewezen indien verzoeker in de 365 dagen voorafgaand aan het verzoek reeds eerder een verzoek tot overdracht heeft ingediend.