Wet op de jeugdverblijven · Wet op de jeugdverblijven
Wet op de jeugdverblijven чл. 4
1 Aan een jeugdverblijf is een vertrouwenspersoon verbonden, die minderjarigen, hun ouders of hun wettelijke vertegenwoordigers indien gewenst ondersteunt of informeert. De vertrouwenspersoon verricht zijn werkzaamheden in onafhankelijkheid.
2 Als vertrouwenspersoon wordt niet aangewezen de persoon die: a. houder is; b. in enige vorm of op enige wijze werkzaamheden verricht voor de houder, met uitzondering van de werkzaamheden die nodig zijn voor de uitoefening van de functie van vertrouwenspersoon; of c. bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, of de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige in dat jeugdverblijf is.