Besluit bemanning zeeschepen · Besluit bemanning zeeschepen
Besluit bemanning zeeschepen чл. 4.2.2Vervallen of intrekken certificaat maritieme arbeid
Paragraaf 4.2 Certificaat maritieme arbeid en visserij-arbeidscertificaat
1 Een certificaat maritieme arbeid vervalt, indien: a. een deel van het zeeschip wordt verbouwd waarvoor de krachtens artikel 4.2.1, eerste lid , gestelde voorschriften gelden, of in de inrichting of de uitrusting waarvoor de krachtens artikel 4.2.1, eerste lid, gestelde voorschriften gelden, ingrijpende wijzigingen worden aangebracht; b. het zeeschip een buitenlands zeeschip wordt; c. het tijdvak waarvoor het certificaat geldt, is verstreken; d. het tijdens de geldigheidsduur van het certificaat verplicht gestelde onderzoek niet of niet tijdig heeft plaatsgevonden, tenzij het gaat om een bij ministeriële regeling omschreven geval; e. het zeeschip van naam verandert of een ander letterteken of nummer krijgt, of f. het zeeschip niet langer wordt beheerd door de scheepsbeheerder vermeld op het certificaat maritieme arbeid.
2 Onze Minister kan een certificaat intrekken, indien blijkt dat: a. de bouw, de inrichting of de uitrusting van het zeeschip waarvoor de krachtens artikel 4.2.1, eerste lid , gestelde voorschriften gelden, in belangrijke mate afwijkt van de gegevens van het certificaat; b. het zeeschip of de scheepsbeheerder niet langer voldoet aan de voor het desbetreffende zeeschip afgegeven verklaring naleving maritieme arbeid en de vereiste corrigerende maatregelen niet zijn getroffen.
3 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een certificaat maritieme arbeid in bij die regeling te bepalen gevallen ook vervalt, indien het zeeschip aan zijn oorspronkelijke bestemming wordt onttrokken.
4 De scheepsbeheerder zendt een vervallen of ingetrokken certificaat, niet zijnde een geautomatiseerd bestand, zo spoedig mogelijk aan Onze Minister.