Overeenkomst opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verd чл. 6Verbindingsfunctionarissen
TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN
1 De lidstaten kunnen afspreken om voor een bepaalde of onbepaalde duur en op onderling overeen te komen voorwaarden verbindingsfunctionarissen uit te wisselen.
2 De verbindingsfunctionarissen hebben geen operationele bevoegdheid in het ontvangende land.
3 Ter bevordering van de samenwerking tussen de douane-administraties van de lidstaten kunnen de verbindingsfunctionarissen, met toestemming of op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, worden belast met de volgende taken: a. de informatie-uitwisseling tussen de lidstaten te vergemakkelijken en te bespoedigen; b. bijstand te verlenen bij onderzoeken die betrekking hebben op hun eigen lidstaat of de lidstaat die zij vertegenwoordigen; c. steun te verlenen bij het behandelen van verzoeken om bijstand; d. het ontvangende land te adviseren en bij te staan bij de voorbereiding en de uitvoering van grensoverschrijdende operaties; e. eventuele andere door de lidstaten onderling overeen te komen taken.
4 De lidstaten kunnen bilaterale of multilaterale afspraken maken over het mandaat en de standplaats van de verbindingsfunctionarissen. De verbindingsfunctionarissen kunnen ook de belangen van een of meer andere lidstaten behartigen.