Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden чл. 21
TITEL III
Geen enkele bepaling van dit Kaderverdrag mag zo worden uitgelegd als zou deze het recht inhouden enige activiteit te ontplooien of enige daad te verrichten die in strijd is met de grondbeginselen van het internationale recht en met name de souvereine gelijkheid, territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van Staten.