Internationaal Verdrag inzake hulpverlening, 1989 чл. 8Plichten van de hulpverlener en van de eigenaar en de kapitein
HOOFDSTUK II UITVOERING VAN DE HULPVERLENING
1 De hulpverlener is jegens de eigenaar van het schip of andere in gevaar verkerende zaak verplicht: a. de hulpverlening met de nodige zorg uit te voeren; b. bij de nakoming van de onder letter a bedoelde verplichting de nodige zorg te betrachten om milieuschade te voorkomen of te beperken; c. in alle gevallen, waarin de omstandigheden dit redelijkerwijze vereisen, de bijstand in te roepen van andere hulpverleners; en d. de tussenkomst van andere hulpverleners te aanvaarden, wanneer hierom redelijkerwijze wordt verzocht door de eigenaar of de kapitein van het schip of de andere in gevaar verkerende zaak; echter met dien verstande dat het bedrag van zijn beloning niet wordt verminderd, indien mocht blijken dat het verzoek onredelijk was.
2 De eigenaar en de kapitein van het schip of de eigenaar van andere in gevaar verkerende zaken zijn jegens de hulpverlener verplicht: a. gedurende de hulpverlening volledig met hem samen te werken; b. daarbij de nodige zorg te betrachten om milieuschade te voorkomen of te beperken; en c. wanneer het schip of de andere zaken in veiligheid zijn gebracht, teruggave daarvan te aanvaarden wanneer zulks redelijkerwijze door de hulpverlener wordt verzocht.