Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ko чл. 3
1 De personen van Nederlandse nationaliteit, die bijdragen hebben gestort die een bestemming overeenkomstig artikel 18, onder b van de Belgische wet van 17 juli 1963 ontvingen, kunnen teneinde in het genot van de voordelen, bedoeld in artikel 2 van deze Overeenkomst, te komen, hun rekening over de tijdvakken, liggende vóór 1 juli 1969, bijpassen door het storten van aanvullende bijdragen tot het Solidariteits- en perequatiefonds.
2 De nagelaten betrekkingen van Nederlandse nationaliteit van de hiervoren aangewezen personen, die vóór 1 juli 1969 overleden zijn, kunnen eveneens de in het eerste lid bedoelde stortingen verrichten.
3 Het genot van het bepaalde in artikel 2 van deze Overeenkomst gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die waarin de aanvullende bijdragen volledig gestort zijn.