Verdrag ter vereenvoudiging van grensformaliteiten vervoer v чл. 2
HOOFDSTUK I Instelling en régime van grensstations waar de nationale contrôles door twee aangrenzende landen worden uitgevoerd
1 Telkens als een station overeenkomstig artikel 1 is aangewezen, wordt een zone vastgesteld, waarbinnen de ambtenaren en beambten van de bevoegde administraties van het land, grenzende aan het grondgebied waarop dat station is gelegen (hierna genoemd: „aangrenzend land”), het recht hebben reizigers, die de grens in de ene of in de andere richting overschrijden, en hun bagage, alsmede met internationale personentreinen vervoerde colli te controleren.
2 Deze zone omvat in het algemeen: a) een bepaald gedeelte van het station; b) de personentreinen en het baanvak, waar deze treinen blijven staan tijdens de gehele duur van de contrôles; c) de gedeelten van perrons en spoorlijnen, welke in elk afzonderlijk geval door de bevoegde administraties van de betrokken landen in onderling overleg zijn aangewezen; en d) de personentreinen, die zich tussen het station en de grens van het aangrenzende land bevinden.