Wet op de rechterlijke organisatie · Wet op de rechterlijke organisatie
Wet op de rechterlijke organisatie Art. 7
Afdeling 1 Algemene bepalingen
1 De voorzitter van de meervoudige kamer doet in raadkamer hoofdelijk omvraag. De voorzitter geeft als laatste zijn oordeel.
2 Ieder lid is verplicht aan de besluitvorming deel te nemen.
3 De rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, de rechters in opleiding en de officieren in opleiding, de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs, de griffier, substituut-griffier en waarnemend griffiers van de Hoge Raad, gerechtsambtenaren en buitengriffiers, bedoeld in artikel 14, vierde lid , zijn tot geheimhouding verplicht van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2017-01-01