Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 · Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 Art. 45a
Elfde hoofdstuk Slotbepalingen
1 De schoonouders, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop artikel 396, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (nieuw) in werking treedt, recht hebben op buitengewoon pensioen krachtens artikel 15, eerste lid, onder e , juncto artikel 17, g , behouden dit recht, indien en voor zolang zij dit zouden hebben, wanneer artikel 464 van het Burgerlijk Wetboek (oud) nog van kracht zou zijn.
2 De schoonmoeder, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop artikel 396, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (nieuw) in werking treedt, uitzicht heeft op wedertoekenning van buitengewoon pensioen krachtens artikel 28, derde lid , behoudt dit uitzicht, indien en voor zolang zij dit zou hebben, wanneer artikel 464 van het Burgerlijk Wetboek (oud) nog van kracht zou zijn.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 1998-04-01