Wet overgang bijzondere rechtspleging · Wet overgang bijzondere rechtspleging
Wet overgang bijzondere rechtspleging Art. 21
Afdeling III Opheffing van de tribunalen en overgang van hun rechtsmacht.
1 Met ingang van de dag, waarop in enig gebied de rechtsmacht van een bijzonder gerechtshof op de arrondissements-rechtbanken is overgegaan, kan in dat gebied in geval van een gedraging, genoemd in artikel 1 van het Tribunaalbesluit , door de officier van justitie of de hulpofficier een bevel tot inverzekeringstelling en op vordering van de officier van justitie een bevel tot voorlopige hechtenis worden gegeven.
2 De artikelen 57-69 , 73 , 77-86 , 88 en 533 tot en met 536 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat hetgeen in die artikelen omtrent de rechter-commissaris, de rechtbank en de rechter is bepaald, ten deze geldt voor de krachtens artikel 17, tweede lid , tot kennisneming van tribunaalzaken bevoegde kantonrechter binnen het rechtsgebied van de rechtbank, waarbij de officier van justitie is geplaatst. Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.
3 Een vordering van de officier van justitie tot verlening of verlenging van een bevel tot voorlopige hechtenis geldt als verlening van een fiatbehandeling.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2020-01-01