Besluit tot uitvoering van het vijfde hoofdstuk der Wet buit Art. 6
Bij een aanvrage om pensioen ten behoeve van de wettige kinderen, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a , en tweede lid, der wet worden bovendien overgelegd:
1. de in artikel 4, onder 1 en 2 , vermelde stukken, voorzover die niet reeds zijn overgelegd ingevolge het bepaalde in dat artikel; 2. extracten uit het geboortenregister betreffende die kinderen; 3. zo mogelijk een gewaarmerkt afschrift van de akte van benoeming tot en beëdiging als voogd(es) over die kinderen.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 1994-06-24