Reglement voor de Kamer voor de Binnenvisserij 1964 Art. 4
1 De plaatsvervangend voorzitter, de leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretarissen van de Kamer leggen de eed (belofte), voorgeschreven bij artikel 2 , af in handen van de voorzitter, in een zitting van de Kamer.
2 Van het afleggen van de eed (belofte) wordt een akte opgemaakt.
3 De secretaris van de Kamer houdt een register bij, waarin hij inschrijft de Koninklijke besluiten, bevattende de benoeming van de in lid 1 bedoelde ambtenaren benevens de akten van de door hen afgelegde eden (beloften).