Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 Art. 56
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepalingen
1 De uitkering, de toeslagen, bedoeld in de artikelen 10, derde lid , 15 en 17 , de vergoeding en de tegemoetkoming zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding.
2 De toeslag, bedoeld in artikel 10, derde lid , de vergoeding en de tegemoetkoming, alsmede de op grond van onderdeel a van artikel 34, tweede lid , na overlijden doorlopende uitkering zijn niet vatbaar voor beslag.
3 Volmacht tot ontvangst van de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming, onder welke vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
4 Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 1992-01-01