Burgerlijk Wetboek Boek 2 · Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 Art. 334c
Afdeling 4 Algemene bepalingen omtrent splitsingen
1 Indien het gehele vermogen van de splitsende rechtspersoon overgaat, houdt hij door het van kracht worden van de splitsing op te bestaan.
2 Lid 1 geldt niet, indien ten minste een verkrijgende rechtspersoon een bij de splitsing opgerichte naamloze of besloten vennootschap is en de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing alle aandelen verkrijgt.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 1998-02-01