Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen · Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen
Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen Art. 6a
§ 1 Algemeen
Indien degene die meent dat te zijnen nadeel een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in deze wet, in rechte feiten aanvoert die dat onderscheid kunnen doen vermoeden, dient de wederpartij te bewijzen dat niet in strijd met deze wet is gehandeld.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2001-01-01