Wet Nationale ombudsman · Wet Nationale ombudsman
Wet Nationale ombudsman Art. 1
Hoofdstuk I Begripsbepalingen en toepassingsbereik
Deze wet verstaat onder:
a. ombudsman: de Nationale ombudsman, bedoeld in artikel 2 ; b. Kinderombudsman: de als zodanig aangewezen substituut-ombudsman, bedoeld in artikel 9, eerste lid ; c. veteranenombudsman: de ombudsman voor zover hij optreedt als bedoeld in hoofdstuk IIB , of de als zodanig aangewezen substituut-ombudsman bedoeld in artikel 9, eerste lid ; d. ambtenaar: een ambtenaar, een gewezen ambtenaar, personen genoemd in artikel 3, onderdelen a, c, d, e en f, van de Ambtenarenwet 2017 en in artikel 1, onderdeel b, onder 7°, van de Wet op de rechterlijke organisatie , ook na beëindiging van de aanstelling, alsmede andere personen werkzaam onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, ook na het beëindigen van de werkzaamheden; e. openbare lichamen: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2020-01-01