Besluit samenstelling en werkwijze commissie beheer landbouw Art. 3
1 De leden hebben zitting voor het tijdvak van vijf jaren, doch uiterlijk totdat zij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet , hebben bereikt.
2 De aftredende leden, met uitzondering van hen, die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet , hebben bereikt, zijn terstond herbenoembaar.
3 Degene, die in de commissie de plaats inneemt van een lid, wiens zittingsduur nog niet verstreken was, heeft zitting tot het einde van die duur.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2013-01-01