Wet gemeenschappelijke regelingen · Wet gemeenschappelijke regelingen
Wet gemeenschappelijke regelingen Art. 84
Afdeling 2 Algemene bepalingen
1 De artikelen 8 tot en met 26 zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 20, vierde lid , en met dien verstande dat: a. bij de toepassing van artikel 10, vierde lid , voor « artikel 81p, eerste lid, van de Gemeentewet » wordt gelezen: artikel 79q, eerste lid, van de Provinciewet of artikel 51b, eerste lid, van de Waterschapswet ; b. bij de toepassing van artikel 16, vijfde lid , voor de woorden " artikel 25 van de Gemeentewet " wordt gelezen: het bepaalde voor het orgaan dat het lid heeft aangewezen; c. bij de toepassing van artikel 19b voor «Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het provinciebestuur» wordt gelezen: Onze Ministers; d. de ontheffing bedoeld in artikel 20, tweede lid , wordt verleend door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; e. bij de toepassing van artikel 21, vierde lid , voor artikel 99 van de Gemeentewet wordt gelezen artikel 96 van de Provinciewet ; f. bij de toepassing van artikel 22, eerste lid , voor de artikelen 16 , 17 , 19 , 20 , 22 , 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet wordt gelezen de artikelen 16 , 17 , 19 , 20 , 22 , 26 en 28 tot en met 33 van de Provinciewet ; g. bij de toepassing van artikel 24, eerste lid , voor artikel 22 van de Gemeentewet wordt gelezen artikel 22 van de Provinciewet ; h. bij de toepassing van artikel 24, vierde lid , voor de artikelen 96 tot en met 99 van de Gemeentewet wordt gelezen de artikelen 93 tot en met 96 van de Provinciewet ; i. bij de toepassing van artikel 24a voor « Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing» wordt gelezen « Artikel 22 van de Provinciewet en artikel 39 van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing» en voor «De artikelen 96, tweede en derde lid , 98 en 99 van de Gemeentewet » wordt gelezen «De artikelen 94, tweede en derde lid , 95 en 96 van de Provinciewet en artikel 32a, tweede, derde en vierde lid, van de Waterschapswet »; j. bij de toepassing van artikel 25, eerste lid , voor artikel 22 van de Gemeentewet en de artikelen 21 , 23, eerste en tweede lid , van deze wet wordt gelezen artikel 22 van de Provinciewet en de artikelen 21 , 23, eerste en tweede lid , van deze wet; k. bij de toepassing van artikel 25, eerste lid jo artikel 21, vierde lid , voor artikel 99 van de Gemeentewet wordt gelezen artikel 96 van de Provinciewet ; l. bij de toepassing van artikel 26, eerste en tweede lid , voor «gemeentebestuur» wordt gelezen «provinciebestuur», voor «gemeente» wordt gelezen «provincie», voor «gemeenten» wordt gelezen «provincies» en voor «gemeenteblad» wordt gelezen «provinciaal blad».
2 Wanneer is gehandeld in strijd met het eerste lid juncto artikel 20, eerste lid , is artikel X 7, eerste tot en met vijfde lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2022-07-01