Wet op de architectentitel · Wet op de architectentitel
Wet op de architectentitel Art. 4
§ 1 Het bureau
1 Het bureau betrekt de beroepsorganisaties en de ongeorganiseerden bij de voorbereiding van de nadere eisen en regels, bedoeld in de artikelen 12a, tweede lid , 12b, derde lid , en 12e, tweede lid .
2 Het bureau betrekt voorts bij de voorbereiding van de regels, bedoeld in de artikelen 12b, derde lid , en 12e, tweede lid , de onderwijsinstellingen, bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, onderdelen a tot en met c , 10, eerste lid, onderdelen a tot en met c , 11, eerste lid, onderdelen a tot en met c , en 12, eerste lid, onderdelen a tot en met c .
3 De regels die het bureau krachtens de artikelen 12b, derde lid , en 12e, tweede lid , vaststelt en de nadere eisen die het bureau krachtens artikel 12a, tweede lid , vaststelt, behoeven de goedkeuring van Onze Minister, en ingeval de regels of nadere eisen betrekking hebben op tuin- en landschapsarchitecten, van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
4 Indien het bureau toepassing geeft aan artikel 27a, derde lid , betrekt het de beroepsorganisaties en de ongeorganiseerden bij de voorbereiding van de in dat lid bedoelde beleidsregels. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op zodanig vastgestelde beleidsregels.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2020-04-01