Invorderingswet 1990 · Invorderingswet 1990
Invorderingswet 1990 Art. 3a
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
1 De ontvanger is mede belast met de invordering van de strafbeschikking.
2 Bij de invordering zijn de artikelen 4 , 6 , 9 tot en met 15 , 17 , 19 , 20 , 24 , 25 , 27 en 28 tot en met 30 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in afwijking van artikel 9, eerste lid , een geldboete invorderbaar is veertien dagen na de uitreiking in persoon of toezending van het afschrift van de strafbeschikking.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2011-07-01