Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 · Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928
Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 Art. 4
Als inbreuk makend op het natuurschoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid , wordt in ieder geval beschouwd de omstandigheid dat terreinen en opstallen op die terreinen die tot de onroerende zaak behoren, zijn ingericht of worden gebruikt:
a. voor industriële doeleinden; b. voor intensieve veehouderij; c. voor winning van bodemmaterialen of mijnbouw; d. voor glastuinbouw; e. als stortplaats voor afval; f. als opslagplaats voor andere materialen dan die afkomstig uit of bestemd voor de land- en bosbouw op de onroerende zaak; g. voor auto- of motorsport; h. voor intensieve dag- of verblijfsrecreatie anders dan terreinen die zijn ingericht met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, tweede lid .
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2021-01-01