Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer · Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer
Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer Art. 1
§ 1: Begripsbepalingen en reikwijdte
1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - schadeloosstelling: de schadeloosstelling, bedoeld in artikel 2 van deze wet; - kamerlid: lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal; - de voorzitter: de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal; - de eerste, tweede en overige ondervoorzitters: de eerste, tweede respectievelijk overige ondervoorzitters van de Tweede Kamer der Staten-Generaal; - fractievoorzitter: kamerlid waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dat lid voorzitter is van een fractie, dan wel enig lid is van een fractie; - griffier: de griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
2 Deze wet is niet van toepassing op kamerleden die het ambt van minister of staatssecretaris bekleden.
3 De artikelen 2 tot en met 6 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op het kamerlid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2017-07-01