Wet op de accijns · Wet op de accijns
Wet op de accijns Art. 53a
Afdeling 3 Wijze van heffing en voldoening
1 In afwijking van artikel 53, eerste lid , en van artikel 10, tweede lid , en artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de accijns op aangifte voldaan: a. bij toepassing van artikel 52, tweede lid, onderdelen a tot en met d , en, voor zover het een geregistreerde geadresseerde betreft, onderdeel e: uiterlijk op de dag na het in artikel 52, tweede lid, onderdelen a tot en met e, bedoelde tijdstip; b. bij toepassing van artikel 52, derde lid, onderdelen a, c, d, e en f , voor zover geen sprake is van een fiscaal vertegenwoordiger: uiterlijk op de dag na het tijdstip, bedoeld in artikel 52, derde lid, onderdelen a, c, d, e of f; c. bij toepassing van artikel 52, derde lid, onderdeel b , voor zover het een ander dan de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats betreft: binnen één maand na het in artikel 52, derde lid, onderdeel b, bedoelde tijdstip; d. bij toepassing van artikel 52, derde lid, onderdeel g : binnen één maand na het in artikel 52, derde lid, onderdeel g, bedoelde tijdstip.
2 In afwijking in zoverre van het eerste lid doet de geregistreerde geadresseerde aangifte van de in een week op de voet van artikel 52, tweede lid, onderdelen c en e , verschuldigd geworden accijns uiterlijk op de vrijdag van de week daaropvolgend. De verschuldigd geworden accijns wordt op aangifte voldaan.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2023-02-13