Burgerlijk Wetboek Boek 7 · Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 Art. 367
Afdeling 10 Het eindigen van de pachtovereenkomst
1 De overeenkomst kan tegen het einde van iedere in artikel 325 bedoelde termijn door ieder van de partijen worden opgezegd.
2 De opzegging moet geschieden bij exploot of bij aangetekende brief. De termijn van opzegging bedraagt ten minste een jaar.
3 Geen opzegging is vereist, indien de beëindiging geschiedt met wederzijds goedvinden, nadat de pachtovereenkomst is totstandgekomen.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2007-09-01