Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 · Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 Art. 33
Hoofdstuk V Naheffing
1 Bij constatering van het feit dat voor een motorrijtuig ten onrechte geen aanvullende aangifte is gedaan, kan de te weinig geheven belasting worden nageheven.
2 De na te heffen belasting wordt berekend over een tijdsduur van vier aaneensluitende tijdvakken van drie maanden met als laatste tijdvak dat waarin het in het eerste lid bedoelde feit wordt geconstateerd.
3 Indien blijkt dat: a. het motorrijtuig over een gedeelte van de tijdsduur van de vier tijdvakken niet op naam heeft gestaan van degene die het motorrijtuig houdt; b. voor het motorrijtuig over een gedeelte van de tijdsduur van de vier tijdvakken een schorsing als bedoeld in artikel 19 van toepassing is geweest; of c. de verandering aan het motorrijtuig over een gedeelte van de tijdsduur van de vier tijdvakken niet was aangebracht, wordt over dat gedeelte de belasting niet nageheven.
4 Voor de toepassing van dit artikel wordt een maand gesteld op dertig dagen.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2024-01-01