Regeling opsporingsbijstand Koninklijke marechaussee Art. 2
1 In gevallen als bedoeld in artikel 1 worden niet meer dan drie van de in artikel 1 genoemde militairen aangewezen, steeds voor de duur van een met name genoemd onderzoek.
2 Van elke aanwijzing op grond van deze regeling stelt de procureur-generaal, de Minister van Justitie en Veiligheid onverwijld in kennis. De commandant van het Wapen der Koninklijke marechaussee stelt de Minister van Defensie van elke aanwijzing onverwijld in kennis.
3 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen meer dan drie van de in artikel 1 genoemde militairen aangewezen worden indien daartoe voorafgaande toestemming is gegeven door de Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met de Minister van Defensie.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2023-01-01