Klachtenregeling seksuele intimidatie burgerlijk rijksperson Art. 6
1 Het bevoegd gezag stelt een klachtencommissie seksuele intimidatie in, bestaande uit tenminste drie leden of een ander oneven aantal, waaronder de voorzitter.
2 In de klachtencommissie heeft tenminste een vrouw zitting.
3 Voor elk lid kan een plaatsvervangend lid worden benoemd.
4 Een lid van de klachtencommissie wordt vervangen, indien deze direct of indirect betrokken is of is geweest bij de seksuele intimidatie waarover de klacht is ingediend.
5 Het bevoegd gezag draagt zorg voor de aanwezigheid van voldoende deskundigheid in de klachtencommissie met betrekking tot de problematiek van seksuele intimidatie.