Wet voorkoming misbruik chemicaliën · Wet voorkoming misbruik chemicaliën
Wet voorkoming misbruik chemicaliën Art. 4a
1 Het is verboden een stof die op grond van het tweede lid is aangewezen, in te voeren, uit te voeren, te vervoeren of voorhanden te hebben.
2 De aanwijzing van een stof als bedoeld in het eerste lid, geschiedt bij ministeriële regeling, van Onze Minister van Justitie en Veiligheid mede namens Onze Minister, indien: a. is gebleken dat een stof, niet zijnde een geregistreerde stof als bedoeld in Verordening nr. 273/2004 en Verordening nr. 111/2005 , kan worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen; en b. geen legale toepassing van de stof bekend is.
3 De aanwijzing van een stof als bedoeld in het tweede lid vervalt van rechtswege indien een aangewezen stof wordt geregistreerd op grond van Verordening nr. 273/2004 of Verordening nr. 111/2005 . Hiervan wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2026-01-01