Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Art. 76
Zitplaatsen
1 Elk lid heeft een voor hem bestemde zitplaats in de vergaderzaal. De Voorzitter wijst deze zitplaats aan. Indien de Voorzitter dit vraagt, nemen de leden hun zitplaatsen in.
2 De Voorzitter draagt zorg voor de beschikbaarheid van zitplaatsen voor de ministers en eventueel de personen die zij krachtens artikel 69, derde lid van de Grondwet hebben aangewezen.
3 Voorts draagt hij, indien nodig, zorg voor de beschikbaarheid van zitplaatsen voor diegenen, in het bijzonder de Gevolmachtigde Ministers van de Nederlandse Antillen en/of de bijzondere gedelegeerden, aan wie bij Statuut, wet of verdrag enige bijzondere bevoegdheid is toegekend in de vergaderingen van de beide Kamers der Staten-Generaal.