Algemene nabestaandenwet · Algemene nabestaandenwet
Algemene nabestaandenwet Art. 32
§ 8 De hoogte van de vakantie-uitkering
1 Indien de nabestaandenuitkering met toepassing van artikel 17, tweede, derde, vierde of vijfde lid , 18 , 67 of 70, eerste lid , wordt verminderd dan wel anderszins op een lager bedrag wordt vastgesteld dan het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, wordt op de vakantie-uitkering een evenredige vermindering toegepast dan wel de vakantie-uitkering evenredig verlaagd.
2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de berekening van de vakantie-uitkering van degene, wiens uitkering met toepassing van artikel 20 is verminderd en die naast de uitkering ingevolge de wetgeving van een andere mogendheid geen recht heeft op een vakantie-uitkering ingevolge die wetgeving.
3 Indien de wezenuitkering met toepassing van artikel 29, derde lid , op een lager bedrag wordt vastgesteld dan het bedrag, bedoeld in artikel 29, eerste en tweede lid, wordt de vakantie-uitkering evenredig verlaagd.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2015-07-01