Algemene nabestaandenwet · Algemene nabestaandenwet
Algemene nabestaandenwet Art. 46
Afdeling III De betaling van de uitkering
1 De Sociale verzekeringsbank betaalt de uitkering waarop op grond van deze wet recht bestaat.
2 De betaling bedoeld in het eerste lid geschiedt in de regel per maand.
3 De Sociale verzekeringsbank schort de betaling van de uitkering op of schorst de betaling indien zij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat: a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat; of b. recht op een lagere uitkering bestaat; of c. de nabestaande, het ouderloos kind, of zijn wettelijke vertegenwoordiger dan wel de instelling aan welke ingevolge artikel 49 of 57 de uitkering wordt uitbetaald, een verplichting bedoeld in artikel 35 , 35a , 36, tweede lid , of 37 niet is nagekomen.
4 De Sociale verzekeringsbank stelt de betrokken persoon of instelling onverwijld schriftelijk in kennis van de beslissing bedoeld in het derde lid.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2013-01-01