Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag · Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag
Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag Art. 35
Hoofdstuk IV Slotbepalingen
Deze wet treedt, met uitzondering van de artikelen 5 , 6 , 7 , 8, eerste en derde lid , 9, eerste, tweede, derde en vijfde lid , 10 tot en met 13 , 14, eerste lid , 15, eerste en derde lid , 16, eerste, tweede en derde lid , 17, eerste, tweede en derde lid , 18 tot en met 25 , 26, tweede lid , 27 en 28 in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.