Beleidsregel amateurluchtvaartuigen · Beleidsregel amateurluchtvaartuigen
Beleidsregel amateurluchtvaartuigen Art. 3
1 Voor het verlengen van de termijn van geldigheid van het bewijs van luchtwaardigheid wordt door de eigenaar of houder van een amateurluchtvaartuig een aanvraag ingediend bij de directeur-generaal.
2 In de aanvraag wordt aangegeven: a. dat het amateurluchtvaartuig nog steeds in luchtwaardige toestand verkeert; b. dat eventuele wijzigingen zijn goedgekeurd door de ontwerper; c. dat eventuele geluidswijzigingen en wijzigingen van de verplichte instrumenten, radio en transponder zijn goedgekeurd door de directeur-generaal, onder vermelding van het goedkeuringsnummer van de wijziging; d. dat het amateurluchtvaartuig is onderhouden conform de aanwijzingen van de ontwerper; e. het aantal vlieguren tijdens de voorgaande 12 maanden.
3 Bij de aanvraag wordt een log-entry gevoegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde luchtwaardigheidsaanwijzingen (AD), bijzondere luchtwaardigheidsaanwijzingen (BLA) en onderhoudsaanwijzingen voor luchtvaartmaterieel (OAL);