Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Art. 1a:10Herleving van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
§ 2 Recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
1 Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel a , het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering als de jonggehandicapte duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in artikel 1a:1 heeft.
2 Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel b , het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, omdat op de persoon die recht had op arbeidsongeschiktheidsuitkering een of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 1a:6, eerste lid, onderdelen a tot en met d en onderdeel f , van toepassing waren, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering wanneer zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
3 Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel c , het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op aanvraag van de jonggehandicapte, indien zich geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 1a:6, eerste lid , voordoet. Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering herleeft niet eerder dan een jaar na de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2021-01-01