Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Art. 1a:12Overeenkomstige toepasselijkheid bepalingen hoofdstuk 3
§ 2 Recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
1 Met betrekking tot de jonggehandicapte en het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit hoofdstuk zijn de volgende artikelen en daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing: a. ter zake van onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie: de artikelen 3:12 , 3:33, eerste lid, onderdeel b, tweede en derde lid , 3:34 en 3:36 ; b. ter zake van de verplichtingen van de jonggehandicapte: de artikelen 3:35, eerste lid , en 3:74, eerste en tweede lid ; c. ter zake van maatregelen: de artikelen 3:37 , 3:38, onderdelen a tot en met e en k , en 3:39 , met dien verstande dat het tweede lid van overeenkomstige toepassing is, voor zover het ziet op het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 3:74 ; d. ter zake van bestuurlijke boeten: de artikelen 3:40 en 3:43 ; e. ter zake van de grondslag van de uitkering: artikel 3:7, derde en vierde lid ; f. ter zake van de tegemoetkoming in aanvulling op de arbeidsongeschiktheidsuitkering: de artikelen 3:10 en 3:53 ; g. ter zake van de vakantie-uitkering: de artikelen 3:24 , 3:25, eerste, derde en vierde lid , 3:26 , 3:32 en 3:52 ; h. ter zake van de overlijdensuitkering: artikel 3:54 ; i. ter zake van de betaling van de uitkering: de artikelen 3:45, eerste tot en met vierde lid , 3:47 , 3:47a en 3:55 ; j. ter zake van herziening of intrekking: artikel 3:18 ; k. ter zake van terugvordering: de artikelen 3:56 , 3:57 , 3:58 , 3:59 en 3:60 ; l. ter zake van vervreemding, verpanding en volmacht tot ontvangst: de artikelen 3:61 en 3:62 .
2 De strafbepaling van artikel 84, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van overeenkomstige toepassing.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2019-01-01