Subsidieregeling stiller, schoner en zuiniger · Subsidieregeling stiller, schoner en zuiniger
Subsidieregeling stiller, schoner en zuiniger Art. 21
§ 4 Subsidievaststelling
1 De programmabeheerder stelt de subsidie vast overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening.
2 De subsidie kan lager worden vastgesteld indien: a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; c. de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten.
3 Kosten die gelet op de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, worden bij de vast-stelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.