Wet inzake bloedvoorziening · Wet inzake bloedvoorziening
Wet inzake bloedvoorziening Art. 16
HOOFDSTUK IV IN- EN UITVOER
1 Het is verboden bloedproducten en tussenproducten uit te voeren naar een derde land zonder vergunning van Onze Minister.
2 Onze Minister verleent slechts een vergunning indien naar zijn oordeel het belang van een doelmatige voorziening in de behoefte aan bloedproducten daardoor niet wordt geschaad.
3 Onze Minister kan aan de vergunning voorschriften verbinden of de vergunning onder beperkingen verlenen. De vergunning kan worden ingetrokken; artikel 3, vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing.
4 Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet ten aanzien van: a. een persoon die bij het overschrijden van de grens in het bezit is van een hoeveelheid van een bloedproduct, welke kennelijk voor eigen gebruik bestemd is; b. de vereniging «Het Nederlandse Rode Kruis» voorzover de uitvoer geschiedt in het kader van de hulpverlening overeenkomstig de statuten van die vereniging; c. rechtspersonen die producten niet gebruiken voor toediening aan de mens.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2020-03-19