Kostuum- en titulatuurbesluit rechterlijke organisatie Art. 10
Tweede hoofdstuk Het ambtskostuum
1 De bef bestaat uit twee aan de bovenzijde aan elkander bevestigde stukken geplooid wit batist of een hierop gelijkende stof, beide stukken tezamen in geplooide toestand aan de bovenzijde 8 cm breed.
2 De bef heeft een lengte van 30 cm en mag aan de onderzijde niet breder zijn dan 15 cm.
3 De bef wordt zodanig bevestigd, dat hetgeen zonder van de toga deel uit te maken om de hals wordt gedragen niet zichtbaar is.
4 Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing indien en voor zover een gesteven witte boord met witte strik wordt gedragen.