Instellingsregeling begeleidingscommissie DIMS · Instellingsregeling begeleidingscommissie DIMS
Instellingsregeling begeleidingscommissie DIMS Art. 3
1 De begeleidingscommissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste acht andere leden.
2 De voorzitter en de andere leden worden door de Staatssecretaris benoemd.
3 De Staatssecretaris kan voor elk lid van de begeleidingscommissie, behoudens de voorzitter, een plaatsvervangend lid benoemen.
4 Bij vertrek van een lid of plaatsvervangend lid kan de Staatssecretaris een ander lid, dan wel een ander plaatsvervangend lid, benoemen.
5 De voorzitter en overige leden en plaatsvervangend leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de Staatssecretaris door middel van een gemotiveerd besluit.
6 De Staatssecretaris verleent leden of plaatsvervangende leden van de begeleidingscommissie in ieder geval ontslag, indien een lid of plaatsvervangend lid daarom verzoekt.