Regeling straf- en afzonderingscel penitentiaire inrichtinge Art. 17
Paragraaf 3 De inrichting van de straf- of afzonderingscel
1 De directeur draagt zorg dat de straf- of afzonderingscel voldoende is verlicht. De cel is daartoe voorzien van een van buiten die cel bedienbare dag- en nachtverlichting met voldoende lichtsterkte.
2 De directeur kan bepalen dat `s nachts de nachtverlichting blijft branden.