Rijkswet administratieve bijstand douane · Rijkswet administratieve bijstand douane
Rijkswet administratieve bijstand douane Art. 13
Hoofdstuk 7 Bijzondere invorderingsbepalingen
1 Een verzoek om bijstand ter daadwerkelijke invordering van douanevorderingen gaat vergezeld van: a. de executoriale titel tegen degene te wiens laste invordering wordt verzocht; b. een verklaring omtrent het al of niet onherroepelijk vaststaan van de douanevordering; c. een verklaring omtrent de mogelijkheden tot invordering op het grondgebied van het land van de verzoekende douane-administratie; d. andere stukken en informatie welke van nut kunnen zijn.
2 De betekening van de executoriale titel, het bevel tot betaling en de tenuitvoerlegging geschieden overeenkomstig de in het land van de aangezochte douane-administratie van kracht zijnde wettelijke bepalingen met betrekking tot bij regeling van de Minister van Financiën van dat land als soortgelijk aangemerkte douanevorderingen.
3 Zolang geen verklaring is ingekomen dat de douanevordering onherroepelijk vaststaat, beperkt de aangezochte douane-administratie zich tot maatregelen om de inning van de douanevordering te verzekeren.
4 De douanevorderingen worden in het land van de aangezochte douane-administratie niet als bevoorrechte vorderingen beschouwd.
5 De aangezochte douane-administratie is niet verplicht aan het verzoek te voldoen indien de mogelijkheden tot invordering op het grondgebied van het land van de verzoekende douane-administratie niet zijn uitgeput.