Wet inkomstenbelasting 2001 · Wet inkomstenbelasting 2001
Wet inkomstenbelasting 2001 Art. 4.46Genietingstijdstip vervreemdingsvoordelen
Afdeling 4.9 Genietingstijdstip
1 Vervreemdingsvoordelen worden geacht te zijn genoten op het tijdstip van de vervreemding.
2 In geval van een vervreemding als bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h , wordt als tijdstip van genieten aangemerkt het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het ophouden van de binnenlandse belastingplicht.
3 Het voordeel bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onderdeel i wordt genoten op het tijdstip waarop de koopoptie is verleend.
4 Het voordeel bedoeld in artikel 4.28, tweede lid , wordt in aanmerking genomen op het tijdstip waarop de daadwerkelijk genoten termijnen – opgevat overeenkomstig artikel 4.43 – de geschatte overdrachtsprijs overschrijden. Het negatieve voordeel bedoeld in artikel 4.28, derde lid , wordt in aanmerking genomen op het tijdstip waarop de laatste termijn is genoten.
5 Het voordeel bedoeld in artikel 4.29, eerste lid , wordt geacht te zijn genoten op het tijdstip van de verhoging van de overdrachtsprijs. Het negatieve vervreemdingsvoordeel bedoeld in artikel 4.29, tweede lid , wordt in aanmerking genomen op het tijdstip van de verlaging van de overdrachtsprijs.
6 Het in artikel 4.34 bedoelde negatieve vervreemdingsvoordeel in geval van ontbinding van de vennootschap wordt in aanmerking genomen op het tijdstip waarop de vereffening is voltooid.
7 De vervreemding als bedoeld in artikel 4.16, derde lid , wordt in aanmerking genomen op het tijdstip dat is vermeld in het verzoek, maar niet eerder dan op het tijdstip waarop het verzoek is ontvangen door de inspecteur.
8 Het voordeel, bedoeld in artikel 4.16, vijfde lid , wordt geacht te zijn genoten op het tijdstip waarop de onderneming van de vennootschap waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft, voor rekening en risico van de belastingplichtige wordt voortgezet.