Wet inkomstenbelasting 2001 · Wet inkomstenbelasting 2001
Wet inkomstenbelasting 2001 Art. 4.6Begrip aanmerkelijk belang
Afdeling 4.3 Aanmerkelijk belang
De belastingplichtige heeft een aanmerkelijk belang indien hij, al dan niet tezamen met zijn partner , direct of indirect:
a. voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is in een vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld; b. rechten heeft om direct of indirect aandelen te verwerven tot ten minste 5% van het geplaatste kapitaal; c. winstbewijzen heeft die betrekking hebben op ten minste 5% van de jaarwinst van een vennootschap dan wel op ten minste 5% van wat bij liquidatie wordt uitgekeerd; d. gerechtigd is om ten minste 5% van de stemmen uit te brengen in de algemene vergadering van een in artikel 4.5a bedoelde rechtspersoon; e. een aandeel heeft in een lichaam als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en daardoor voor ten minste 5% deelt in de winst van dat lichaam vóór toepassing van artikel 9, eerste lid, onderdeel e, van die wet ; f. een aandeel heeft in een lichaam als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, onderdeel h , of 3, tweede lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en daardoor voor ten minste 5% deelt in de winst van dat lichaam, recht heeft op ten minste 5% van wat bij liquidatie wordt uitgekeerd of ten minste 5% van de stemrechten vertegenwoordigt.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2026-01-01