Wet inkomstenbelasting 2001 · Wet inkomstenbelasting 2001
Wet inkomstenbelasting 2001 Art. 8.18Alleenstaande ouderenkorting
Afdeling 8.2 Elementen van de standaardheffingskorting
1 De alleenstaande ouderenkorting geldt voor de belastingplichtige indien hij in het kalenderjaar in aanmerking komt voor een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet , of daarvoor in aanmerking zou komen indien hij zou voldoen aan de voorwaarde van artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet .
2 De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 540.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2026-01-01